Met het oog op 1995

Beleidsprogramma Emancipatie



4. STARTNOTITIE PROJECT DOORBREKING VAN BEELDVORMING IN TERMEN VAN MANNELIJKHEID EN VROUWELIJKHEID

4.1. INLEIDING

In het Beleidsprogramma Emancipatie "Met het oog op 1995" is de doorbreking van de beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid één van drie speerpunten van algemeen emancipatiebeleid voor de komende jaren. Daartoe zal een extra inspanning worden geleverd in de vorm van een interdepartementaal project.

Onder beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid wordt verstaan het, impliciet of expliciet, bewust of onbewust, maken van onderschikkend onderscheid tussen mannen en vrouwen, door het aan hen toeschrijven van verschillende waarden en kwaliteiten, in gedrag, denkbeelden, gevoelens, waardeoordelen en verwachtingen.

Met behulp van deze beeldvorming worden normen in stand gehouden en opnieuw geproduceerd met betrekking tot mannen en vrouwen, mannelijkheid en vrouwelijkheid, waaronder normeringen omtrent moederschap, huwelijk, kostwinnerschap en seksualiteit.

Deze beeldvorming blijkt een ernstig belemmerende factor te zijn voor het bereiken van gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

De grondslag voor een beleid gericht op doorbreking van de gebruikelijke beeldvorming is in de eerste plaats gelegen in artikel 5 (a) van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (IVDV), dat in 1991 door het Koninkrijk is geratificeerd.

Dit artikel luidt: "De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om het sociale en culturele gedragspatroon van de man en de vrouw te veranderen ten einde te komen tot de uitbanning van vooroordelen, van gewoonten en van alle gebruiken, die zijn gebaseerd op de gedachte van de minderwaardigheid of meerderwaardigheid van één van beide geslachten of op de stereotype rollen van mannen en vrouwen."

Voorts is de doorbreking van beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid de derde subdoelstelling van het emancipatiebeleid van de rijksoverheid, zoals neergelegd in het Beleidsplan Emancipatie van 1985.

De twee andere subdoelstellingen zijn gericht op respectievelijk het verzekeren van gelijke rechten, en het bereiken van structurele veranderingen.

In het Beleidsprogramma Emancipatie "Met het oog op 1995" is geconstateerd dat er geen reden is om de grondslag van het emancipatiebeleid te wijzigen, en zijn de centrale doelstelling en de drie subdoelstellingen uitdrukkelijk gehandhaafd.

Het beleid ter doorbreking van de beeldvorming houdt een meer systematische en geïntensiveerde inspanning in om de derde subdoelstelling dichterbij te brengen.

De kritiek, in het onderzoeksrapport "Emancipatie ten halve geregeld" [9], op de geringe mate van uitwerking die tot dusver aan de derde subdoelstelling is gegeven, heeft hier mede aanleiding toe gegeven.

Op deelgebieden van het beleid zijn door onder andere de Verenigde Naties, de Europese Gemeenschap en de Raad van Europa, aanbevelingen gedaan aan de lid-staten, waarvan de uitvoering vraagt om beeldvormingsbeleid op die terreinen.

Zo heeft de Raad van Europa aanbevelingen gedaan met betrekking tot media, reclame en sexisme in de taal, en heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen met betrekking tot de beeldvorming door de media.

In deze notitie worden de hoofdlijnen uitgezet voor het interdepartementale project. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de probleemstelling, de doelen van beeldvormingsbeleid, en de afbakening van het terrein. Daarna zullen globaal de lijnen worden aangegeven waarlangs zal worden gewerkt.

4.2. PROBLEEMSTELLING

4.2.1. Definitie en terminologie

Het Beleidsplan Emancipatie (1985) bevat niet meer dan een provisorische omschrijving van de inhoud van het begrip "beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid". In de toelichting op het derde subdoel wordt gesproken van "mechanismen" die "een rol (-) spelen bij het in stand houden van de maatschappelijke ongelijkheid van mannen en vrouwen" [10].

Bij de voorbereiding van het project is onder meer gebruik gemaakt van het werk van dr. A. Komter [11]. Voor de mechanismen waarmee het sekseverschil in stand wordt gehouden heeft zij de termen "de macht van de vanzelfsprekendheid" en "de macht van de dubbele moraal" geintroduceerd.

Zij geeft daarvan de volgende omschrijving:

"het systematische verschil in waarneming, beoordeling, waardering, bejegening en beleving van vrouwen en mannen (of het vrouwelijke en het mannelijke), met als gevolg dat de bestaande asymmetrie in de verhouding tussen de seksen wordt bevestigd" [12].

In internationaal wetenschappelijke kring is een uitgebreid debat gaande, onder andere onder de noemer van het begrip "gender", dat direct verband houdt met het thema beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het is gewenst om met het beeldvormingsbeleid aansluiting te zoeken bij de ideeënontwikkeling die in dit debat plaatsheeft, en om, zo mogelijk, aan deze gedachtenvorming een wetenschappelijk doordachte basis te ontlenen voor het beleid. De voorlopige omschrijving van beeldvorming zal dan ook kunnen worden vervangen door een meer definitieve. Wellicht zal dan ook moeten worden bezien of de gehanteerde terminologie verbetering behoeft.

4.2.2. Probleemstelling

Doorbreking van de beeldvorming over mannen en vrouwen is in een aantal opzichten een lastige taak.

De gebruikelijke beelden zijn grotendeels nog wijd en diep verankerd in de ideeën en gevoelens, houdingen en gedrag van mensen, zowel als in de wijze waarop de samenleving is georganiseerd. Het gaat derhalve om een complexe materie.

Door deze verwevenheid dragen de oude beelden bovendien voor velen nog sterk het karakter van vanzelfsprekendheid. Niet zelden ontbreekt het vermogen (of de bereidheid) om de beelden over mannen en vrouwen als een interpretatie van de werkelijkheid te zien, in plaats van als de werkelijkheid zelf.

Hier komt bij, dat de opvattingen over wat en hoe mannen en vrouwen zijn, ook hun neerslag vinden in de wijze waarop mensen zichzelf, als man of vrouw, zien en ervaren. Veranderingen in die opvattingen raken daardoor dadelijk ook onszelf, niet in de laatste plaats op emotionele wijze.

Beeldvorming is bovendien een typisch kwalitatieve zaak. Dat brengt met zich mee dat de mogelijkheden tot kwantificering schaars zijn, en veranderingen moeilijk meetbaar.

Niettemin is de doorbreking van de beeldvorming ook een zeer noodzakelijke taak.

Het onderscheid dat wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen, tussen mannelijk en vrouwelijk, is geen neutraal onderscheid. Het is een onderscheid dat een hiërarchie aanbrengt tussen mannen en vrouwen, en tussen mannelijk en vrouwelijk. Het legitimeert de ongelijke maatschappelijke machtsverdeling tussen vrouwen als groep en mannen als groep, houdt deze in stand en reproduceert haar, zowel in de maatschappij als geheel als in maatschappelijke sectoren en segmenten.

Om de gelijkheid van mannen en vrouwen te kunnen bereiken is het daarom noodzakelijk de gebruikelijke beeldvorming te vervangen door een beeldvorming, waarin het verschil tussen mannen en vrouwen irrelevant is voor de organisatie van de samenleving.

Deze noodzaak klemt eens te meer, omdat in de ontwikkeling van het emancipatieproces en bij de uitvoering van het emancipatiebeleid blijkt, dat met maatregelen en acties de gestelde doelen niet of onvoldoende kunnen worden bereikt, indien geen rekening wordt gehouden met de "macht van de vanzelfsprekendheid" van (of met een beroep op) de oude beelden over mannen en vrouwen, mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Er zijn aanwijzingen dat zonder "doorbreking" van de beeldvorming het emancipatievraagstuk niet werkelijk kan worden opgelost, doordat het probleem zich dan steeds blijft verplaatsen. Zolang mannen en vrouwen gezien blijven worden als dragers, respectievelijk draagsters van de traditioneel aan hen toegeschreven waarden en kwaliteiten, blijft de drang bestaan om dat hiërarchiserende verschil op de een of andere manier tot uitdrukking te brengen.

4.3. DOELEN VAN BEELDVORMINGSBELEID

De kern van het emancipatievraagstuk, aldus het Beleidsplan Emancipatie, bestaat hierin dat het sekseverschil een van de grondslagen vormt voor de maatschappelijke organisatie, en wel zodanig dat er sprake is van een ongelijke machtsverhouding tussen mannen en vrouwen.

Het beeldvormingsbeleid staat, als subdoel van het emancipatiebeleid, ten dienste van het streven de ongelijke machtsverdeling tussen vrouwen en mannen te doorbreken.

De gewenste situatie waartoe het beeldvormingsbeleid ten slotte moet leiden, is die waarin sekse geen rol meer speelt als maatschappelijk ordeningsbeginsel.

Hieruit kunnen de volgende werkdoelen voor het beleid worden afgeleid.

  1. Zichtbaar maken dat beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid een belangrijke maatschappelijke rol speelt en een ernstige belemmering vormt voor het bereiken van gelijkheid van mannen en vrouwen.
  2. Laten zien hoe door de macht van de vanzelfsprekendheid ongewenste beeldvorming blijft plaatshebben.
  3. Het ter discussie stellen van de inhoud van de beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid.
  4. Het ingang doen vinden van alternatieve beeldvorming die de gelijkheid van mannen en vrouwen ondersteunt. Hierbij gaat het om pluriforme beeldvorming over mensen.