Met het oog op 1995

Beleidsprogramma Emancipatie



19. WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR

19.1. DOELSTELLINGEN/KERNTAKEN DEPARTEMENT

Het ministerie van WVC levert een bijdrage aan de bevordering van zelfredzaamheid, integratie en participatie van de burgers in de samenleving en aan het voorkomen van maatschappelijke achterstanden. Het versterken en handhaven van de onafhankelijkheid van mensen is de hoofddoelstelling voor de komende jaren. In het beleid wordt gestreefd naar optimale preventie en het bieden van optimale zorg. Zorgvoorzieningen dienen kwalitatief goed, betaalbaar en toegankelijk te zijn. De behoeften die in de samenleving bestaan en steeds opnieuw ontstaan gelden daarbij als vertrekpunt.

19.2. VERTALING NAAR EMANCIPATIEDOELSTELLINGEN

Binnen de hoofddoelstelling rekent het ministerie van WVC de bevordering van integratie, participatie en zelfredzaamheid van vrouwen in het bijzonder tot zijn verantwoordelijkheid. Op zowel het terrein van het cultuurbeleid, het zorgbeleid als het sociale en culturele beleid heeft WVC ook de beschikking over instrumenten om aan die verantwoordelijkheid inhoud te geven.

De aansluiting tussen de speerpunten van het algemene emancipatiebeleid en de speerpunten van het WVC-beleid zal permanent worden bewaakt.

Om een goede wisselwerking tot stand te brengen met de andere departementen en met de coördinerende directie voor het emancipatiebeleid zal WVC daarom deelnemen aan de drie projectgroepen die voor de implementatie van het algemene speerpunten worden gevormd.

De ongelijkheid in maatschappelijke positie van mannen en vrouwen vergt bijzondere inspanningen ter versterking van de positie van vrouwen. Dit brengt met zich mee dat op elk beleidsterrein van WVC de specifieke verschillen in posities van mannen en vrouwen dienen te worden geanalyseerd. Op basis van deze analyse zal de beleidsontwikkeling per beleidsterrein in het bijzonder gericht zijn op de ontwikkeling naar een situatie waarin sekse en burgerlijke staat niet langer de gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden van burgers in de weg staan.

19.3. FEITELIJKE ANALYSE EN KNELPUNTEN

Op een groot aantal deelterreinen van welzijn, volksgezondheid en cultuur zijn reeds initiatieven genomen om de centrale emancipatie-doelstellingen te integreren in het sectorale beleid. Die initiatieven zijn deels specifiek gericht op categorieën vrouwen in het verlengde van het ouderenbeleid, het gehandicaptenbeleid of het allochtonenbeleid. Daarnaast wordt in de algemene beleidsontwikkeling (met name de gezondheidszorg en preventie) specifiek aandacht geschonken aan de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg voor vrouwen als te onderscheiden groep van cliënten of patiënten.

In februari 1991 heeft WVC reeds een nota "Emancipatie in het WVC-beleid" [40] uitgebracht. Deze nota is op 13 november 1991 tijdens een mondeling overleg met de Tweede Kamer besproken. In deze nota werden per deelterrein de ontwikkelingen en knelpunten aangegeven. In het tijdsbestek tussen het uitbrengen van de nota en opstellen van dit beleidsprogramma emancipatie zijn nog geen belangrijke knelpunten in de uitvoering gebleken. De probleemstelling hoeft op grond daarvan niet te worden gewijzigd. In aansluiting op de WVC-nota komt in dit beleidsprogramma een aantal nieuwe ontwikkelingen aan de orde.

Het is uiteraard van belang om de beleidsontwikkeling tijdig bij te sturen indien in een latere fase van uitvoering knelpunten zouden ontstaan. Over de voortgang op het terrein van emancipatie in het WVC-beleid wordt daarom jaarlijks in het jaarverslag van de WVC-Emancipatie Stuurgroep (WES) gerapporteerd. Het jaarverslag over 1991 is inmiddels (april 1992) gepubliceerd.

Daarnaast verschenen en verschijnen op deelterreinen afzonderlijke voortgangsrapportages met betrekking tot sektordoorsnijdende thema's als vrouwenhulpverlening, bestrijding seksueel geweld, homo- en lesbisch emancipatiebeleid, meisjesbeleid en beleid inzake oudere vrouwen.

Per deelsektor van WVC zijn opnieuw de kerntaken geformuleerd waarvoor de overheid primair verantwoordelijkheid zal dragen. In het licht van die kerntakendiscussie wordt het programma van emancipatie-activiteiten steeds opnieuw getoetst aan enerzijds de centrale beleidsdoelstelling van WVC en anderzijds de algemene uitgangspunten van het emancipatiebeleid, waardoor in de toekomst vanuit die consistente regie een impuls kan worden gegeven aan het emancipatiebeleid van WVC. Een belangrijk deel van de huidige activiteiten sluit nauw aan bij de nieuwe beleidsrichting.

In de praktijk blijkt dat het een grote inspanning vergt om bestaande opvattingen en beelden te (doen) veranderen, met name ook intern. Dit is een emancipatieproces op zichzelf.

WVC heeft zich tot taak gesteld dit proces in alle geledingen van het departement op gang te brengen of voort te zetten. Doel is de basis te versterken voor herformulering van sectorale doelstellingen, waarin de aandacht voor mannen en vrouwen gelijkwaardig is.

19.4. SPEERPUNTEN

Vanuit de met elkaar verbonden doelstellingen van het WVC-beleid en de speerpunten voor het algemene emancipatiebeleid zijn voor de komende jaren op de aandachtvelden van WVC de volgende departementale speerpunten vastgesteld:

19.4.1. Er wordt een solide basis gelegd voor de ontwikkeling van geïntegreerd emancipatiebeleid in alle sectoren

Daarvoor is een systematische registratie en analyse noodzakelijk van de posities van vrouwen en deelcategorieën van vrouwen en van de knelpunten, die door elk van de sektoren welzijn, volksgezondheid en cultuur zullen worden aangepakt. Vanuit de WVC-emancipatie Stuurgroep wordt deze ontwikkeling door middel van interne rondgangsgesprekken en een gerichte programmering van projekten (WES-subsidiebudget) gestimuleerd en getoetst. Daartoe wordt door de WES ondermeer een zogenoemde emancipatie-checklist voorbereid.

Met het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wordt een systeem van doelgroepenrapportage uitgewerkt. In dit systeem zal de positie van vrouwen in de verschillende onderdelen van het WVC-beleid als afzonderlijk aandachtsveld worden aangegeven.

Daarnaast vinden onderzoeken plaats naar de positie van specifieke subdoelgroepen. Aan de Emancipatieraad zal advies worden gevraagd over mogelijke concrete toetsingscriteria voor sociaal-culturele zelfstandigheid van meisjes, zodat het SCP in zijn doelgroepenrapportages daarmee rekening kan houden.

19.4.2. Bijzondere aandacht wordt gegeven aan het voorkomen van maatschappelijk isolement van laaggeschoolde en/of allochtone meisjes

Dit speerpunt past in het kader van de kerntaken van welzijnsbeleid, zoals onlangs geformuleerd in de beleidsbrief "Samen werken langs nieuwe wegen". Concrete instrumenten voor preventief beleid worden uitgewerkt in het kader van de binnenkort aan het parlement aan te bieden rapportage "Meisjesbeleid, op weg naar integratie".

19.4.3. Versterken van de positie van vrouwen als gebruiksters van zorgvoorzieningen, op de arbeidsmarkt en in de mantelzorg. Het verbeteren van de kwaliteit van de zorg aan vrouwen en het optimaliseren van de preventie

Bijzondere aandacht voor de posities van vrouwen en voor (zelfhulp)organisaties van vrouwen wordt gerealiseerd in het kader van het patiëntenbeleid, het gehandicaptenbeleid en het ouderenbeleid.

In de voortgangsrapportage 1992 over het ouderenbeleid zal hierop nader worden ingegaan.

Bij de Gehandicaptenraad loopt een project-emancipatiewerker, waarbij veel aandacht wordt geschonken aan de grotere deelname van vrouwen met een handicap aan besturen en provinciale platforms. Daarnaast subsidieert WVC het project "weerbaarheidstraining" dat tot doel heeft vrouwen en meisjes met een handicap te leren handelen in vervelende situaties.

Een belangrijk element van dit speerpunt voor WVC is de verbetering van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt van de zorgsektoren. Het algemene speerpunt gericht op herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid is hiermee verbonden. In het kader van de herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid zal de WES zich de komende twee jaren projektmatig richten op het stimuleren van de herverdeling van zorgtaken.

Verbetering van de opleidingsmogelijkheden en het realiseren van voldoende kinderopvang zijn in dit kader van bijzonder belang. Het realiseren van voldoende kinderopvang vormt bovendien een van de belangrijkste bijdragen vanuit WVC aan het algemene arbeidsmarktbeleid voor vrouwen. In de periode 1990-1993 wordt een verdere uitbreiding van de kinderopvang mogelijk gemaakt. Een regeringsstandpunt voor het vervolgbeleid kinderopvang zal daaraan verder richtinggeven.

Een opzet voor de uitwerking van dit speerpunt in concrete maatregelen is opgenomen in de voortgangsrapportage over het onderdeel "Vrouwen op de WVC-arbeidsmarkt", van de beleidsnota "De Arbeidsmarkt in de jaren 90: een Zorg!". Deze voortgangsrapportage is op 23 april 1992 aan het parlement toegezonden. Het kabinetstandpunt over het rapport "In Hoger Beroep, perspectief voor de verplegende en verzorgende beroepen" dat in maart 1992 aan de Tweede Kamer werd uitgebracht, bevat aanbevelingen gericht op positieverbetering en imagoverbetering van de verplegende en verzorgende beroepen.

In het standpunt wordt ingegaan op de positie van vrouwen als werksters in zorgvoorzieningen en op emancipatie en arbeidsparticipatie.

Het Projekt Emancipatiewerker bij de K.N.M.G. is in het bijzonder gericht op de verbetering van de positie van vrouwelijke artsen.

Een adviesaanvraag aan de Emancipatieraad wordt voorbereid over:

  • de positie van de vrouw bij het verlenen van informele zorg;
  • de knelpunten die hierbij worden gesignaleerd onderscheiden naar deelcategorieën;
  • de mogelijkheden om een stimulans te geven aan de herverdeling van formele en informele zorgtaken over mannen en vrouwen.

De adviesaanvrage dient te leiden tot aanbevelingen die worden betrokken bij het vaststellen van concrete beleidsvoornemens. Het advies is naar verwachting in juni 1993 beschikbaar.

Een voortgangsnotitie over vrouwenhulpverlening werd reeds met de Tweede Kamer besproken. In 1993 zal het Werkprogramma Vrouwenhulpverlening aan de Tweede Kamer worden uitgebracht. Tevens zal in juni van dat jaar een voortgangsnotitie over de bestrijding van sexueel geweld worden aangeboden. Behalve op publieksvoorlichting richt het beleid zich met name ook op intermediairen.

19.4.4. Doorbreking van beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid

Rond dit speerpunt van het algemene emancipatiebeleid is bij WVC al een aantal ontwikkelingen op gang gekomen; in algemene zin en op categoriale terreinen. Het Landelijk Platform Vrouwen 50+ is gevraagd te rapporteren over de beeldvorming rond oudere vrouwen in relatie tot het zelfbeeld van oudere vrouwen. De resultaten van het projekt "Beeldvorming en oudere vrouwen" van de RIAGG tonen aan dat de integratie en participatie van oudere vrouwen aan de samenleving door die beeldvorming sterk wordt beïnvloed.

In het sportbeleid wordt aandacht besteed aan het vergroten van de lichamelijke en mentale weerbaarheid van vrouwen door middel van cursussen zelfverdediging. De ondersteuning van het Landelijk Steunpunt Zelfverdediging, dat de cursussen opzet, is gewaarborgd tot tenminste 1994. Daarnaast worden vrouwen door middel van kennismakingsprojekten en opleidingen gestimuleerd kaderfunkties te vervullen in sportorganisaties. In samenwerking met het Ministerie van SZW (DCE) worden bij drie landelijke organisaties "projekten emancipatiewerkster" ondersteund.

19.4.5. Onderzoek naar selectiecriteria voor adviesorganen WVC

Recent is een onderzoek gestart naar de selectiecriteria van de belangrijkste adviesorganen van WVC. De verwachting is, dat hierdoor zicht ontstaat op het effect van die criteria, zodat een plan van positieve aktie kan worden ontwikkeld, dat voor alle adviesorganen toepasbaar is. Dit onderzoek maakt deel uit van het programma in het kader van de WES-speerpunten nl. het verbeteren van de positie van vrouwen in het openbaar bestuur.

19.5. INTERN EMANCIPATIEBELEID

Het personeelsbestand van WVC bestond eind 1990 voor 39,1% uit vrouwen; eind 1991 was dat 40%. Voor de schalen 10 en hoger zijn deze percentages 23,6% resp. 23,9%. Om te voldoen aan de streefcijfers per departement (1%-punt toename generiek en 1,5%-punt voor de schalen 10 en hoger) zal WVC extra aandacht besteden aan het bereiken van evenredige vertegenwoordiging in functies van schaal 10 en hoger.

De verantwoordelijkheid voor het positieve actiebeleid ligt primair bij de Directeuren-Generaal. De uitvoering is opgedragen aan het Personeelshoofdenoverleg in samenwerking met de Interne Commissie Emancipatiebeleid (ICEM) en met actieve ondersteuning vanuit het Steunpunt Positieve Actie van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

In oktober 1991 is in een circulaire aan alle hoofden van diensten en directies hiervoor opnieuw aandacht gevraagd. In januari 1992 is een opleidingsbrochure gericht op vrouwen in WVC-organisaties verschenen.

In november 1993 verschijnt een voortgangsrapportage over emancipatie in het WVC-beleid, waarin vooral ook de voortgang in de realisering van deze speerpunten aan de orde komt.

Bij de ICEM heeft de werkwijze recent een verandering ondergaan. Na jaren centraal te hebben gefunctioneerd wordt er als gevolg van het decentraliseren van het personeelsbeleid naar de Directoraten-Generaal door de ICEM (naast het centrale functioneren) ook met werkgroepen per Directoraat-Generaal en voor de buitendiensten als het IGB en de musea gewerkt.

Hierdoor kan concreter worden ingespeeld op de ontwikkelingen (als positieve actie) per DG. Recent zijn in dit kader twee mobiliteitsonderzoeken bij de Centrale Directies en het RIVM afgerond.

19.6. ORGANISATIE VAN HET EMANCIPATIEBELEID

De WVC-Emancipatie Stuurgroep (WES) is -te zamen met de beleidsverantwoordelijkheid voor het emancipatiebeleid- organisatorisch geplaatst binnen de Directie Algemeen Sociaal Beleid (ASB). De plaatsvervangend Directeur-Generaal Welzijn (tevens directeur ASB) is tevens WES-voorzitter.

Een belangrijke taak van de Directie Algemeen Sociaal Beleid is het coördineren van bovensectorale en sectordoorsnijdende onderwerpen. Dit betekent dat de WES een meer centrale positie heeft gekregen binnen de departementale organisatie.

De WES rapporteert periodiek aan de ambtelijke staf.