Met het oog op 1995

Beleidsprogramma Emancipatie



1. INLEIDING

1.1. VOORGESCHIEDENIS EN OPZET

"Op 18 mei 1977 verscheen de eerste kabinetsnota over het emancipatiebeleid van de rijksoverheid. Nadat eind 1974 de Emancipatiekommissie als (tijdelijk) adviesorgaan van de regering met haar werk was begonnen, kwam ook in Nederland in het Jaar van de Vrouw (1975) de gedachtenvorming omtrent een te voeren overheidsbeleid gericht op verbetering van de positie van vrouwen op gang".

Aldus opende - in 1985 - het Beleidsplan Emancipatie, waarin de regering na langdurige voorbereiding een fundamentele beschouwing gaf over de rol van de overheid ten aanzien van het (vrouwen)emancipatieproces in de Nederlandse samenleving. De voorbereidingsperiode bleek vruchtbaar: uitgangspunten en doelstellingen zoals geformuleerd in dit Beleidsplan kregen een brede steun in het parlement en de samenleving.

Over de uitvoering van de vele concrete maatregelen en voornemens in het Beleidsplan werd aan de Tweede Kamer gerapporteerd in 1986 en 1987. Aansluitend werden in een Aktieprogramma Emancipatiebeleid nieuwe maatregelen opgenomen voor de periode 1987-1990; daarover werd gerapporteerd eind 1989 [1].

Ten tijde van het aantreden van het huidige kabinet (november 1989) was inmiddels de overtuiging gegroeid, dat het tijd werd de centrale ontwikkeling en vormgeving van het emancipatiebeleid aan te vullen met de ontwikkeling van specifiek en geïntegreerd facetbeleid op alle ministeries. In de Regeringsverklaring werd daartoe een taakstellend beleidsprogramma in het vooruitzicht gesteld. Per ministerie zouden speerpunten van beleid moeten worden opgenomen en afspraken gemaakt over rapportage en uitvoering.

Kort daarop kon het huidige kabinet beschikken over de resultaten van een kritische analyse van de inhoudelijke fundamenten waarop het emancipatiebeleid gebaseerd is. Het betreffende onderzoek, dat het Beleidsplan uit 1985 tot uitgangspunt nam en aan de hand van deze en andere emancipatienota's de zgn. "beleidstheorie" reconstrueerde, werd gepubliceerd onder de titel "Emancipatie ten halve geregeld" [2]. Uit het rapport bleek dat de grondslagen voor het te voeren emancipatiebeleid zoals die zijn vastgelegd in het Beleidsplan Emancipatie hun waarde nog volledig hebben behouden.

Het rapport "Ten halve geregeld" heeft ertoe bijgedragen dat het thans voorliggende Beleidsprogramma Emancipatie dezelfde grondslag heeft die reeds in 1985 werd gevonden. Anderzijds is getracht meer te doen dan het louter operationaliseren van de uitgangspunten uit 1985:

  • Zo worden beschouwingen gegeven over de belangrijkste thema's van de kritiek op het emancipatiebeleid; daaraan worden conclusies verbonden.
  • Met de keuze van een drietal speerpunten van algemeen emancipatiebeleid wordt beproefd, doorbraken te bereiken ten aanzien van belangrijke structurele belemmeringen, die op alle terreinen de voortgang van het emancipatiebeleid bemoeilijken.
  • Om de eigen verantwoordelijkheid van de afzonderlijke departementen beter tot uitdrukking te brengen, is per departement aangegeven welke specifieke emancipatiedoelen worden nagestreefd.
  • Tenslotte wordt een hechtere grondslag gelegd voor de verdere ontwikkeling van het emancipatiebeleid door versterking van de coördinatiestructuur.

Over het concept van dit Beleidsprogramma werden adviezen gevraagd aan en verkregen van de Emancipatieraad en de Sociaal-Economische Raad. Ook andere organisaties en instellingen leverden commentaren en adviezen. Geconstateerd mag worden dat deze adviezen, in het bijzonder die van de ER en de SER, als het ware reeds voorbij dit Beleidsprogramma reiken en een aanzet geven voor meer fundamentele discussies over het emancipatiebeleid in en na de jaren negentig.

1.2. DE OPBOUW VAN DIT BELEIDSPROGRAMMA

De opbouw van dit Beleidsprogramma Emancipatie is als volgt.

Algemeen Deel

  • Hoofdstuk 2 bevat een beknopte weergave van de adviezen, die over het concept-Beleidsprogramma zijn uitgebracht.
  • In hoofdstuk 3 wordt kort ingegaan op de doelstellingen van het emancipatiebeleid zoals geformuleerd in het Beleidsplan 1985. Geschetst wordt welke ontwikkelingen in beleid en maatschappij sedertdien hebben plaats gevonden.
  • In hoofdstuk 4 worden nieuwe accenten en speerpunten van het emancipatiebeleid beschreven.
  • In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Departementale hoofdstukken

  • In de hoofdstukken 6 t/m 19 wordt het emancipatiebeleid per ministerie beschreven. Per departement zijn de emancipatiedoelstellingen geformuleerd, zoveel mogelijk als geïntegreerd onderdeel van de departementale doelstellingen. Na een korte analyse van de ontwikkelingen zijn eveneens per ministerie voor de komende jaren enkele speerpunten van beleid geformuleerd. In elk hoofdstuk is een aparte passage opgenomen over het interne emancipatiebeleid. Ook de organisatie van het emancipatiebeleid is per departement aangegeven. Omdat aan het emancipatiebeleid op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking grote waarde wordt gehecht en dit specifieke vormen heeft aangenomen, is ervoor gekozen hieraan - naast het hoofdstuk Buitenlandse Zaken - een apart hoofdstuk te wijden.
  • De opzet van deze departementale hoofdstukken is zoveel mogelijk gelijk. Verschillen in de omvang van of accenten binnen de departementale hoofdstukken hebben te maken met bestaande verschillen tussen departementen. Deze kunnen betrekking hebben op de fase van ontwikkeling van het departementale emancipatiebeleid, de aard van het departement, welke een groter accent op het intern emancipatiebeleid rechtvaardigt, of het bestaan dan wel binnenkort uitbrengen van een departementale emancipatienota, waarnaar in bepaalde onderdelen verwezen is.
  • Voor enkele departementen is dit de eerste keer dat meer systematisch voor het gehele departement emancipatiedoelstellingen en emancipatiespeerpunten geformuleerd zijn. Dit heeft tot gevolg dat weliswaar het kader is aangegeven, maar de betreffende speerpunten in de komende tijd nog concrete invulling behoeven.
  • De in dit programma aangekondigde beleidsvoornemens worden gefinancierd binnen de bestaande begrotingen van de departementen.